Home Dossiers Duurzaamheid Wethouder legt het nog 'ns uit

Wethouder legt het nog ‘ns uit

Wethouder Ben Haarman heeft een brief gestuurd aan de raadsleden, waarin hij nog eens uitlegt waarom de gemeente Raalte de tarieven voor lediging van de grijze afvalcontainer verhoogt. Dit naar aanleiding van alle commotie die is ontstaan over het met 33 procent verhogen van het tarief voor lediging van de grijze container. Door de inzameling van kunststof, is het gemiddelde gewicht van een grijze container (restafval) hoger geworden.

En omdat de gemeente Raalte bij de ROVA moet betalen voor het gewicht van afval en niet voor de ruimte die het in beslag neemt, zullen de stortkosten voor Raalte maar weinig minder worden. Omgerekend betekent dit dat het verwerken van een grijze container duurder wordt. Daarnaast wordt de vergoeding die Raalte krijgt voor de gescheiden inzameling van kunststof besteed aan het daadwerkelijk inzamelen van dat kunststof verpakkingsmateriaal. De vergoeding voor oud papier en verpakkingsglas gebruikt Raalte voor een korting op het basistarief (blijft ook volgend jaar 66 euro).

Tot nu toe waren de tarieven voor de grijze en groene container gelijk, legt Haarman verder uit. Maar om de scheiding van gft-afval te stimuleren wordt de groene container goedkoper en de grijze duurder. Uitgaande van 10 aanbiedingen van de grijze container en 6 van de groene (was respectievelijk 14 en 4), berekent de gemeente dat in 2010 een gemiddeld huishouden 179,28 euro aan afvalstoffenheffing betaalt. Dat is dan 26 cent minder dan in 2009, en bijna 4 euro meer dan in 2007.

Met dit voorstel volgt de gemeente zoals gebruikelijk de (kostendekkende) voorstellen van ROVA. Deze regionale afvalinzamelaar heeft dat voorstel aan alle aangesloten gemeenten gedaan. Overigens mogen gemeenten daar met hun tarieven voor huishoudens weliswaar van afwijken, maar de gemeenten zelf moeten wel de ROVA-tarieven betalen. Haarman wijst er tot slot nog op dat Raalte in het werkgebied van de ROVA een van de goedkoopste gemeenten is, en ruim 25 procent beneden het landelijke gemiddelde ligt.

Bron: De Stentor