Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal: “Sinds 2021 geldt er een wettelijke statiegeldverplichting voor plastic flessen met frisdrank en water en sinds 2023 voor alle drankblikjes, met als doel zwerfafval te verminderen en recycling te stimuleren. Producenten en importeurs, vertegenwoordigd door de producentenorganisatie Verpact, zijn wettelijk verantwoordelijk voor het inrichten, bekostigen en functioneren van het statiegeldsysteem. Daarbij moeten zij 90% van alle op de markt gebrachte plastic flessen en 90% van de blikjes weer inzamelen. Dit is Verpact tot op heden nog niet gelukt: volgens de laatste resultaten, over 2024, wordt slechts 77% van de plastic flessen en 83% van de blikjes ingezameld. Consumenten ervaren frustratie en verwarring, door te weinig (werkende) innamepunten, te lange rijen en het feit dat sommige plastic flessen wel statiegeld hebben en andere niet. Ook storen mensen zich aan zwerfafval door opengebroken prullenbakken vooral in grote steden en op drukbezochte plekken.
Nederland heeft al een statiegeldsysteem met een 90% inzameldoelstelling. Vanaf 2029 is de 90% gescheiden inzameldoelstelling ook verplicht vanuit Europa en ook statiegeld wordt Europees verplicht. Dit brengt met zich mee dat bestaande nationale statiegeldsystemen kunnen blijven bestaan in hun huidige vorm, mits deze systemen de doelstelling halen. Voor statiegeldsystemen die vóór 2029 niet 90% inzamelen, volgen vanuit Europese regelgeving additionele strenge (en dure) eisen. Dit zou o.a. een innameplicht betekenen voor alle verkooppunten zonder enige uitzonderingen of beperkingen, en het (eenzijdig) toevoegen van buitenlandse flessen en blikjes aan het statiegeldsysteem. Dit zou leiden tot (hoge) lasten voor producenten en alle ondernemers die flesjes en blikjes verkopen.
Ik wil dit scenario voorkomen en zelf de touwtjes in handen houden, onder meer om maatwerk te kunnen blijven leveren voor de Nederlandse situatie, bijvoorbeeld door belangrijke uitzonderingen te behouden voor (kleine) ondernemers om lasten te beperken. Daarvoor is het dus nodig dat we versneld de inzameldoelstelling halen. De termijn om dit te organiseren, is echter krap. Het doel staat hierbij voor mij voorop. Daarom informeer ik de Kamer hierbij, als start van het proces, over een samenhangend pakket waar ik op dit moment aan werk, met oog voor zowel het gemak van de consument als de lasten voor met name kleine bedrijven. Het doel van deze aanpassingen is het statiegeldsysteem te verbeteren, de inzameldoelstellingen beter haalbaar te maken en de lasten die bij de uitvoering komen kijken eerlijker te verdelen, waarbij geen strengere regels gehanteerd worden dan nodig is voor het behalen van het Europese doel.
De onderdelen van het pakket zijn:
- Verder onderzoek naar de uitwerking van een innameplicht t.b.v. het verhogen van het aantal innamepunten;
- Uitbreiding van de statiegeldplicht naar alle plastic flessen tot en met drie liter, incl. zuivel- en sapflessen.
- Verbod op de verkoop van plastic flessen en blikjes zonder statiegeld;
- Uitwerking van een mogelijke verplichting voor bulkautomaten;
- Verplichting voor (publieke) rapportage over de inzamelcijfers en financiën vanuit het oogpunt van transparantie.
Hiermee kan uitvoering worden gegeven aan de moties Wingelaar over het verplichten van statiegeld voor verkooppunten en het verplichten van statiegeld voor plastic sapflessen. In deze brief worden deze voorstellen op hoofdlijnen toegelicht.
Ik ga op basis van deze brief graag het gesprek aan met de Kamer over de beste manier om de inzameldoelstelling versneld te halen. Daarbij sta ik open voor suggesties van de Kamer om tot de juiste balans te komen dat een realistisch pad biedt naar het versneld binnen bereik brengen van de inzameldoelstelling.”
