Reactie van Verpact op het rapport Belasting eenmalige verpakkingen van CE Delft. Hierin zijn de effecten onderzocht van een belasting op kunststof verpakkingen en een belasting op de inzameling van kunststof drankflessen en blikjes als mogelijke alternatieven voor de eerder geschrapte plasticheffing.
Vanuit Verpact investeren wij samen met producenten continu in het realiseren van de doelen voor inzet van recyclaat, afvalreductie en inzamelprestaties. Dat is waarvoor producenten en het verpakkende bedrijfsleven via de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) aan de lat staan. Onder andere via tariefdifferentiatie, het Deltaplan Circulaire plastics en gerichte investeringen in inzameling, recycling en toepassing van recyclaat sturen wij op deze doelen.
Dat werkt: nu al wordt 88% van alle verpakkingen opnieuw gebruikt en gerecycled. Maar juist nu er versnelling nodig is, dreigen nieuwe nationale heffingen het systeem te verzwakken in plaats van te versterken.
Verpact roept daarom de overheid op te kiezen voor voorspelbaar beleid dat vraag naar recyclaat stimuleert en aansluit bij Europese oplossingen, in plaats van nieuwe nationale belastingen die averechts werken. Practice what you preach: geen nationale koppen op Europese regels!
Eventuele aanvullende fiscale maatregelen moeten het bestaande UPV-instrumentarium versterken in plaats van doorkruisen. Een stapeling van belastingen aan de voorkant van de keten kan investeringsruimte beperken, terwijl uit het CE Delft-onderzoek blijkt dat de budgettaire opbrengsten onzeker zijn en bovendien afnemen naarmate de circulaire doelstellingen dichterbij komen.
Extra heffingen halen geld weg bij precies die investeringen die nodig zijn om meer recyclaat toe te passen en de recyclingcapaciteit verder op te schalen. Elke euro die naar een heffing gaat, kan niet worden geïnvesteerd in meer recyclingcapaciteit, circulaire grondstoffen en toepassing van recyclaat. Zo ontstaat een glijdende schaal van steeds nieuwe nationale belastingen die innovatie en circulariteit afremmen.
Het onderzoek laat zien dat de verwachte opbrengsten van de door de Werkgroep Afvalbeheer voorgestelde belastingmaatregelen aanzienlijk lager liggen dan eerder werd verondersteld.
Daar staat tegenover dat beprijzing aan de achterkant van de keten, zoals de aanscherping van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties, direct aangrijpt op de daadwerkelijke CO2-uitstoot. Door het verbranden van afval duurder te maken, ontstaat een directe prikkel om CO2-emissies te verminderen en meer afval hoogwaardig te verwerken en aldus de circulaire economie een boost te geven. Bovendien kan een dergelijke maatregel al per 2027 worden ingevoerd.
Daarnaast wijst CE Delft op belangrijke aandachtspunten rond de uitvoerbaarheid en effectiviteit van de door de Werkgroep Afvalbeheer voorgestelde maatregelen, terwijl de bijdrage aan circulaire doelstellingen beperkt is:
- Er bestaat een fundamentele spanning tussen de circulaire doelstelling en de budgettaire doelstelling. Juist wanneer bedrijven meer recyclaat toepassen en hogere inzamelpercentages realiseren, neemt de belastinggrondslag af en dalen de belastingopbrengsten. Met name de inzamelbelasting kan op termijn vrijwel geen opbrengst meer genereren wanneer de Europese inzameldoelen worden bereikt.
- CE Delft benadrukt bovendien het belang van stabiel en voorspelbaar beleid. Het rapport verwijst naar de eerdere Nederlandse verpakkingenbelasting, waarbij onzekerheid over tarieven en continuïteit ertoe leidde dat bedrijven investeringen uitstelden.
- De gezamenlijke bijdrage van beide belastingen aan de nationale afvalreductie-doelstelling is naar verwachting circa 4 tot 8%. Dit is een relevante, maar geen doorslaggevende bijdrage.
